Terugblik

Amerikaanse inflatie blijft plakken, rente kruipt op

De Amerikaanse consumentenprijzen stegen weer 0,4 procent in een maand. De inflatie blijft plakken, en dat houdt de rente hoog en de beurzen in de greep.

Even leek het erop dat de inflatie definitief was getemd. Prijzen die niet meer op hol sloegen, een rente die kon dalen, beleggers die opgelucht ademhaalden. Zo simpel is het beeld nog niet. Het nieuwste Amerikaanse inflatiecijfer laat zien dat de prijzen gewoon dóórstijgen.

De consumentenprijsindex in de Verenigde Staten liep op van 332,8 naar 334,1. Dat is een stijging van ongeveer 0,4 procent in één maand. Klinkt klein, maar reken je die maand door naar een heel jaar, dan zit je op bijna 5 procent. Dat ligt ruim boven de 2 procent die de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, als doel heeft.

Wat zegt het nieuwste inflatiecijfer?

De kern is dit: de inflatie koelt niet zo snel af als velen hoopten. De consumentenprijsindex meet wat huishoudens gemiddeld betalen voor een mandje aan goederen en diensten. Een stijging van 0,4 procent in een maand is geen ramp, maar het is ook geen teken dat de druk verdwijnt.

De rente op tienjarige Amerikaanse staatsobligaties, een graadmeter voor wat leningen op lange termijn kosten, kroop mee omhoog naar 4,83 procent. Een dag eerder stond die nog op 4,80 procent. Zo'n oplopende lange rente is vaak een teken dat de markt rekening houdt met inflatie die langer blijft hangen.

De centrale bank zelf zit voorlopig stil. De effectieve beleidsrente, het tarief waarmee de Fed de economie afremt of aanjaagt, bleef staan op 3,63 procent. De werkloosheid bewoog niet en bleef op 4,1 procent. Een arbeidsmarkt die stabiel is en inflatie die niet wil zakken: dat maakt het lastig om de rente snel te verlagen.

Waarom reageren beurzen soms tegendraads op CPI?

Hier wordt het interessant. Beleggers kijken niet naar het cijfer zelf, maar naar het cijfer tegenover de verwachting. Valt de inflatie mee, dan groeit de hoop op een lagere rente, en dan schieten aandelen omhoog.

Dat zag je in het verleden gebeuren. Toen de inflatie in oktober 2022 harder afkoelde dan verwacht, sprongen Amerikaanse aandelen zo'n 4 procent omhoog en zakten de obligatierentes fors. Ook eind 2025 stuwde een meevallend inflatiecijfer de beurzen hoger. Andersom werkt het net zo hard: bleek de inflatie in januari 2023 hoger dan gedacht, dan gingen de koersen juist onderuit.

De rode draad? Niet de inflatie op zich stuurt de beurs, maar wat het betekent voor de rente. Een lagere rente maakt lenen goedkoper en toekomstige winsten meer waard. Daarom hangen beleggers aan elke komma in het inflatiecijfer.

Energie speelt daarin een rol. OPEC verlaagde voor de vijfde maand op rij de verwachting voor de oliegroei in 2026. Dat kan de olieprijs drukken. Tegelijk schoot de dieselprijs in de VS voor het eerst boven de 6 dollar per gallon, en diesel is de werkbrandstof van de economie. Zulke energieprijzen sijpelen uiteindelijk door in wat je in de winkel betaalt.

Wat betekent dit voor jou?

Inflatie knabbelt aan je koopkracht. Stel dat de prijzen een jaar lang met dat maandtempo van 0,4 procent blijven stijgen. Dan verliest 25.000 euro op je spaarrekening ongeveer 1.200 euro aan koopkracht in een jaar. Je saldo blijft gelijk, maar je kunt er minder voor kopen.

De rente op obligaties is de tegenkracht. Nu de tienjaarsrente rond 4,83 procent ligt, leveren veilige leningen weer echt iets op. Dat is precies waarom aandelen en obligaties met elkaar concurreren om je geld.

Rentegevoelige aandelen voelen dit het scherpst. Denk aan sectoren als chipbedrijven en banken. Hun koersen bewegen vaak mee met de renteverwachtingen. Let wel: dat is een algemeen mechanisme, geen voorspelling.

De les

Eén inflatiecijfer verandert de wereld niet. Maar het laat wel zien hoe de markt in elkaar zit: alles draait om de rente, en de rente draait om de inflatie.

Laat je niet gek maken door de dagkoersen die op zo'n rapport volgen. Een opluchtingsrally of een verkoopgolf zegt vooral iets over de verwachting, niet over de onderliggende economie. Die verandert langzaam.

Wat telt is de richting over meerdere maanden, niet de uitslag van één ochtend. Cijfers in, ruis eruit.

Veelgestelde vragen

Waarom stijgt de beurs soms na een inflatierapport en daalt hij soms?

Beleggers vergelijken het inflatiecijfer met de verwachting. Valt de inflatie mee, dan groeit de hoop op rentedalingen en stijgen aandelen. Valt hij tegen, dan gebeurt vaak het omgekeerde. Zo sprongen Amerikaanse aandelen in oktober 2022 zo'n 4 procent omhoog na een meevaller, terwijl een tegenvaller in januari 2023 de koersen juist drukte.

Wat betekent een hogere inflatie voor mijn spaargeld?

Inflatie holt de koopkracht van je geld uit. Stijgen de prijzen met ongeveer 0,4 procent per maand en houdt dat een jaar aan, dan verliest 25.000 euro spaargeld grofweg 1.200 euro aan koopkracht. Je saldo blijft gelijk, maar je kunt er minder voor kopen.

Gaat de rente nu omhoog of omlaag?

Dat is onzeker. De Amerikaanse beleidsrente stond onveranderd op 3,63 procent en de werkloosheid bleef stabiel op 4,1 procent. Zolang de inflatie niet duidelijk afkoelt, heeft de centrale bank weinig ruimte om de rente snel te verlagen.

Reacties