Nieuws

Wat het kost om de beste beursdagen te missen

Tien gemiste beursdagen in twintig jaar halveren je eindvermogen. Waarom uitstappen voor september veilig voelt, maar je juist het meeste kost.

Het is de eerste week van september. Je portefeuille staat er goed voor, je leest ergens dat september historisch de zwakste beursmaand is, en het idee dringt zich op: ik zet het even aan de kant en stap in oktober wel weer in. Dat voelt niet als gokken, dat voelt als je risico verkleinen. Tot je uitrekent wat die reflex kost. J.P. Morgan Asset Management deed dat, en kwam uit op een halvering van je eindvermogen door tien gemiste dagen.

Waarom uitstappen aanvoelt als minder risico

Het seizoenspatroon is echt. Sinds 1950 eindigt september voor de S&P 500 gemiddeld op ongeveer min 0,6 procent, en steeg de index in slechts 34 van de 75 septembers. Dat is de enige maand die minder dan de helft van de tijd positief afsluit. Wie in augustus zijn posities dichtdraait heeft dus een statistiek aan zijn kant, en precies dat maakt de beslissing zo verleidelijk. Het voelt niet als een gok maar als huiswerk.

Alleen ruil je iets in. Een slechte september is een bekend risico. Je weet ongeveer hoe erg het wordt, want daalde september, dan was het gemiddelde verlies 3,8 procent. Wat je ervoor terugkrijgt is een onbekend risico: de kans dat de markt hard omhoog schiet op een dag dat jij aan de zijlijn staat. Dat risico heeft geen bandbreedte en geen einddatum.

Een slechte maand is een bekend risico. Een gemiste dag is dat niet.

Wat kost het om tien dagen te missen?

J.P. Morgan Asset Management rekende het door in de Guide to Retirement 2025. Wie op 3 januari 2005 tienduizend dollar in de S&P 500 legde en er tot en met 31 december 2024 vanaf bleef, hield 71.750 dollar over. Dat is 10,4 procent per jaar. Wie in diezelfde twintig jaar alleen de tien beste beursdagen miste, hield 32.871 dollar over, oftewel 6,1 procent per jaar.

Zet dat om naar een bedrag dat je herkent. Leg 25.000 euro in en haal twintig jaar lang 10,4 procent, dan staat er aan het eind 179.375 euro. Mis je de tien beste dagen en zak je naar 6,1 procent, dan staat er 82.178 euro. Het verschil is 97.197 euro, bijna vier keer je oorspronkelijke inleg. Wisselkoerseffecten laat ik hier buiten beschouwing, het gaat om de verhouding.

Kijk nu naar de noemer. Twintig jaar zijn ruwweg vijfduizend handelsdagen. Tien dagen is twee promille daarvan. Twee promille van de tijd bepaalt of je met 179.000 of met 82.000 euro eindigt.

Waarom je die dagen mist juist als je bang bent

Hier wordt het vervelend. Die beste dagen liggen niet netjes verspreid over twintig kalenderjaren. Tussen 2005 en 2024 vielen zeven van de tien beste dagen binnen twee weken van de tien slechtste dagen, en zes van die zeven kwamen ná zo'n slechte dag. Hartford Funds komt op dertig jaar S&P 500-data tot dezelfde conclusie: 76 procent van de beste dagen viel in een berenmarkt of in de eerste twee maanden van een nieuwe bullmarkt.

Dat betekent dat de dagen die je nodig hebt zich ophouden op precies de momenten waarop je het minst zin hebt om belegd te zijn. Wie uitstapt omdat het rommelig wordt, stapt bijna per definitie uit vlak voordat de grootste stijgingen komen. Je hoeft daar geen pech voor te hebben. Het is ingebakken in hoe die dagen ontstaan.

De beste dagen wonen naast de slechtste.

Betekent dit dat je nooit moet verkopen?

Nee. Het betekent dat het verschil zit in waaróm je verkoopt. In "Selling Fast and Buying Slow", gepubliceerd in The Journal of Finance in december 2023, keken onderzoekers naar 783 professionele portefeuilles met gemiddeld 573 miljoen dollar erin, samen goed voor 4,4 miljoen transacties tussen 2000 en 2016. Bij kopen toonden die profs duidelijk vakmanschap. Hun verkoopbeslissingen pakten slechter uit dan wanneer ze willekeurig een andere positie uit hun eigen portefeuille hadden verkocht. Met één uitzondering: verkopen op dagen met kwartaalcijfers ging juist duidelijk beter.

Dat is het hele punt. Verkopen omdat er nieuwe informatie op tafel ligt werkt. Verkopen omdat de kalender of je maag erom vraagt, werkt niet. Hoe je zo'n verkoopregel vastlegt voordat je koopt, staat in ons stuk over wanneer je een aandeel verkoopt.

Bij particulieren zie je dezelfde scheiding. Barber en Odean volgden 66.465 Amerikaanse huishoudens bij een grote discountbroker tussen 1991 en 1996. Bruto presteerden alle groepen vrijwel gelijk, tussen 18,5 en 18,7 procent per jaar. Netto hield de 20 procent die het meest handelde 11,4 procent over, de rustigste 20 procent 18,5 procent, terwijl de brede Amerikaanse markt 17,9 procent deed. Niet hun aandelenkeuze was het probleem. Hun handelen was het probleem.

De les

Uitstappen voor september klinkt als risicobeheer, maar het is een weddenschap. Je wedt dat je twee keer goed gokt: één keer op het moment van eruit en één keer op het moment van erin. En de tweede gok is de moeilijke, want de dagen die je moet vangen liggen midden in de rommel waar je net voor wegliep.

Dat betekent niet dat je alles moet uitzitten. Het betekent dat je je verkoopregel moet loskoppelen van je stemming en van de maand op de kalender. Een systeem verkoopt omdat een cijfer draait, niet omdat het september is. Dat scheelt je geen spannende weken, maar het scheelt je wel de tien dagen die je eindvermogen dragen.

Kopen kan iedereen. Verkopen is het echte werk.

Cijfers in, ruis eruit.

Veelgestelde vragen

Is die septemberstatistiek dan onzin?

Nee, het patroon is echt: sinds 1950 gemiddeld ongeveer min 0,6 procent en slechts 34 positieve septembers op 75. Maar het is een gemiddelde over 75 jaar, geen voorspelling voor deze maand. September 2024 leverde plus 2,0 procent op en september 2025 plus 3,5 procent. Een patroon dat 44 procent van de tijd de andere kant op wijst, is te zwak om je hele portefeuille op te verplaatsen.

Ik ben nu al uit de markt. Wat nu?

Dan is de vraag niet of je het slim hebt aangepakt, maar wat je regel is om terug te komen. Wachten op een rustig moment is precies de val, want de sterkste dagen vallen niet op rustige momenten. Kies een vaste datum of een vast schema en voer dat uit, in plaats van te wachten tot het weer goed voelt.

Geldt dit ook voor een portefeuille die niet de S&P 500 volgt?

De cijfers komen uit de S&P 500, maar het mechanisme is niet Amerikaans. Rendement komt in elke aandelenmarkt uit een klein aantal uitschieters, en die uitschieters clusteren rond de dalingen. Hoe geconcentreerder je portefeuille, hoe scherper dat effect.

Reacties