Instappen als de beurs hoog staat: wat de cijfers zeggen
Wachten op een dipje voelt verstandig. Toch leverde instappen op een recordstand historisch méér op dan instappen op een willekeurige dag. De cijfers, de nuance en de regel die er wel toe doet.

Het is de meest gehoorde zin op de beurs, en je hebt hem waarschijnlijk zelf ook weleens gedacht. De koersen staan hoog, je wacht liever even op een dipje, en dan stap je in.
Het klinkt verstandig. Je koopt liever goedkoop dan duur, dat is bij een auto ook zo. Alleen werkt de beurs niet als een autodealer, en de cijfers zeggen bijna precies het tegenovergestelde van wat je gevoel zegt.
Wat gebeurde er als je instapte op een top?
J.P. Morgan rekende het na voor elke handelsdag van de S&P 500 sinds 1988. Niet voor een handvol momenten, maar voor alle dagen. Steeds dezelfde vraag: hoeveel stond je een jaar later in de plus?
Instappen op een record pakte beter uit, niet slechter
Rendement een jaar na de instapdag, gemeten over alle handelsdagen van de S&P 500 sinds 1988
Kans op winst na een jaar
Op een recordstand 5 procentpunt vaker winst
Gemiddeld rendement na een jaar
Op een recordstand 2,9 procentpunt meer rendement
| Instapmoment | Kans op winst | Gemiddeld rendement |
|---|---|---|
| Willekeurige dag | 83% | 11,7% |
| Op een recordstand | 88% | 14,6% |
S&P 500, alle handelsdagen sinds 1988. Bron: J.P. Morgan.
Stap je in op een willekeurige dag, dan stond je een jaar later in 83 procent van de gevallen in de plus, met gemiddeld bijna 12 procent rendement. Stap je in op een dag waarop de index een nieuw record neerzette, dan was dat 88 procent, met gemiddeld bijna 15 procent.
Instappen op een top was dus niet slechter. Het was beter.
Dat voelt verkeerd, en juist daarom blijft die ene zin zoveel beleggers geld kosten.
Waarom is een record geen waarschuwing?
Een recordstand betekent maar één ding: de koersen staan hoger dan ooit eerder. Het is een meting van het verleden. Het zegt niets over volgende maand, en het is geen signaal dat de rek eruit is.
En records zijn niet zeldzaam. Sinds 1950 zette de S&P 500 op 6,7 procent van alle handelsdagen een nieuw record neer. In sommige periodes lag dat veel hoger: tussen 2013 en 2019 was ruim één op de zeven handelsdagen een recordstand, in de jaren negentig ruim één op de acht.
Een recordstand is geen zeldzaamheid
Honderd handelsdagen van de S&P 500. Zeven daarvan zijn een nieuw record, want sinds 1950 was 6,7 procent van alle handelsdagen er een.
In deze periodes lag het aandeel recorddagen hoger dan het gemiddelde
- Jaren vijftig10,0%
- Jaren negentig12,5%
- 2013 tot 201914,3%
- Jaren twintig11,0%
| Periode | Recorddagen | Ofwel |
|---|---|---|
| Sinds 1950 | 6,7% | ruim 1 op de 15 dagen |
| Jaren vijftig | 10,0% | 1 op de 10 dagen |
| Jaren negentig | 12,5% | 1 op de 8 dagen |
| 2013 tot 2019 | 14,3% | 1 op de 7 dagen |
| Jaren twintig | 11,0% | 1 op de 9 dagen |
Honderd handelsdagen. Sinds 1950 was 6,7 procent van alle handelsdagen een recordstand. Bron: A Wealth of Common Sense.
De reden is simpel als je er even bij stilstaat. Een markt die op de lange termijn stijgt, móet regelmatig hoger staan dan ooit. Anders zou hij niet stijgen. Een record zegt dus vooral dat het goed gaat, en dat heeft de vervelende gewoonte om even door te gaan.
Er is nog een cijfer dat blijft hangen. Van al die recordstanden werd bijna een derde een nieuwe bodem: een niveau waar de markt daarna nooit meer onder kwam. Wie op dat moment wachtte op een betere prijs, heeft die prijs nooit meer gezien.
Het extreme voorbeeld: de slechtste markttimer ooit
Onderzoeker Ben Carlson bedacht een gedachtenexperiment met een belegger die hij Bob noemde. Bob spaarde vanaf 1970 trouw elk jaar, maar durfde pas in te stappen als het echt goed ging op de beurs. Daardoor legde hij in ruim veertig jaar maar vier keer geld in, en precies op de vier slechtst denkbare momenten:
| Hij stapte in | Wat er daarna gebeurde |
|---|---|
| december 1972 | de markt zakte 48 procent |
| augustus 1987 | de markt zakte 34 procent |
| december 1999 | de markt zakte 49 procent |
| oktober 2007 | de markt zakte 56 procent |
Vier keer instappen, vier keer gevolgd door een crash waarin hij tussen een derde en de helft van zijn geld zag verdampen. Slechter timen is vrijwel onmogelijk.
Toch had Bob eind 2013 1,1 miljoen dollar.
Daar zitten twee lessen in, en de tweede is de belangrijkste.
De eerste: hij verkocht nooit. Dat is de enige reden dat dit goed afliep. Elke keer dat zijn inleg halveerde bleef hij zitten, en elke keer kwam de markt terug en ging er overheen. Wat het kost om er tussendoor even uit te stappen, rekenden we eerder uit in ons stuk over wat het kost om de beste beursdagen te missen.
De tweede: niet timen was veel beter dan verkeerd timen. Had Bob niet gewacht op het juiste moment maar gewoon elk jaar zijn spaargeld ingelegd, dan was hij op ruim 2,3 miljoen dollar uitgekomen. Meer dan het dubbele.
Het wachten kostte hem dus meer dan de slechte timing.
En als het tóch misgaat?
Natuurlijk kan het misgaan. Dat is geen detail en dat verdient een eerlijk antwoord, want gemiddelden zeggen niets over jouw specifieke jaar.
De vraag is alleen niet óf het een keer zakt, maar hoe lang je er dan mee zit. En dat is gemeten, over alle dalingen van de S&P 500 sinds 1871.
Hoe dieper de daling, hoe langer je erop zit te wachten
Mediaan tijd van de top tot het moment dat die stand weer bereikt was, alle dalingen van de S&P 500 sinds 1871
| Hoe diep het zakte | Mediaan dagen | Ofwel |
|---|---|---|
| 10 tot 15 procent | 217 | ruim 7 maanden |
| 20 tot 30 procent | 705 | bijna 2 jaar |
| 30 procent of meer | 1.595 | ruim 4 jaar |
Mediaan aantal dagen van de top tot het moment dat de oude stand weer bereikt was. Bron: Morgan Stanley Counterpoint Global.
| Hoe diep het zakte | Mediaan dagen tot herstel | Ofwel |
|---|---|---|
| 10 tot 15 procent | 217 | ruim 7 maanden |
| 20 tot 30 procent | 705 | bijna 2 jaar |
| 30 procent of meer | 1.595 | ruim 4 jaar |
Dit is je echte risico, en het is geen gevoel maar een aantal maanden. Dat maakt het bruikbaar, want nu kun je het naast je eigen situatie leggen.
Daar komt de enige regel uit die echt werkt, en die gaat niet over de stand van de beurs:
Geld dat je binnen twee jaar nodig hebt, hoort niet in aandelen. Ongeacht de stand. Heb je tien jaar of meer de tijd, dan maakt het niveau van vandaag bijna niets meer uit. Je horizon bepaalt je risico, niet je instapmoment.
Dat is ook meteen het antwoord op de vraag waar dit stuk mee begon. "Staat de beurs te hoog" is de verkeerde vraag. "Hoe lang kan ik dit geld missen" is de goede.
En spreiden dan, beetje bij beetje instappen?
Veel beleggers kiezen daarom voor spreiden: niet alles in één keer, maar elke maand een stukje. Dat voelt veiliger, en dat is het ook. Als de beurs vlak na je eerste inleg zakt, raakt die daling alleen het deel dat al belegd is, en koop je de rest goedkoper.
Alleen levert het gemiddeld minder op. Gemeten over tienjaarsperiodes leverde gespreid instappen in ongeveer een derde van de gevallen meer op dan alles in één keer. In twee van de drie gevallen was in één keer instappen dus beter.
Dat is ook logisch. Geld dat nog op je rekening staat, doet niets. En omdat de markt vaker stijgt dan daalt, verlies je gemiddeld meer door te wachten dan je wint door een lagere gemiddelde aankoopkoers.
Spreiden mag dus, en voor veel mensen is het de juiste keuze, om een reden die niets met rendement te maken heeft: ze slapen er beter van en houden het daardoor vol. Maar doe het met open ogen. Je betaalt er rendement voor en je koopt er rust mee.
Wat dit niet zegt
Deze cijfers gaan over de index als geheel, gemeten over tientallen jaren. Drie dingen die er niet uit volgen:
Het zegt niets over één specifiek aandeel. Een bedrijf dat op een recordkoers staat kan doodleuk 80 procent zakken en nooit meer terugkomen. Een index kan dat niet, want daar vervangen winnaars de verliezers.
Het belooft niets over de komende maand. Er zijn genoeg recordstanden geweest waarna het eerst hard omlaag ging. Oktober 2007 was er een, en dat duurde jaren.
Gemiddelden zijn geen garanties. 88 procent kans op winst betekent ook 12 procent kans op verlies, en of jij in die 12 procent valt weet je pas achteraf.
De les
Wie wacht op een beter instapmoment, stelt zichzelf een vraag die niemand kan beantwoorden. En in de tussentijd staat het geld stil, terwijl de markt op ruim één op de vijftien dagen een nieuw record zet.
De vraag die wel telt is tweeledig: hoe lang kan ik dit geld missen, en wat koop ik precies. Het eerste bepaalt of je überhaupt in aandelen hoort te zitten. Het tweede bepaalt wat het oplevert. De stand van de index op de dag dat je op de knop drukt, komt in geen van beide vragen voor.
Cijfers in, ruis eruit.
Veelgestelde vragen
Moet ik dan gewoon altijd direct instappen?
Niet automatisch. Eerst de horizonvraag: heb je dit geld de komende twee jaar nodig, dan hoort het niet in aandelen, hoe de beurs er ook bij staat. Is je horizon tien jaar of langer, dan wijzen de cijfers erop dat wachten je gemiddeld meer kost dan het oplevert.
Waarom levert instappen op een recordstand méér op dan op een willekeurige dag?
Omdat records clusteren. Een markt in een stijgende trend zet records op records, en die trends duren vaak langer dan mensen verwachten. Een recordstand is daarmee eerder een teken dat de trend loopt dan een teken dat hij op zijn eind is.
Is spreiden dan zinloos?
Nee. Over tienjaarsperiodes leverde het in ongeveer een derde van de gevallen meer op, en het maakt een slecht instapmoment minder pijnlijk. Je ruilt gemiddeld rendement in voor rust. Dat is een prima ruil als je daardoor blijft zitten in plaats van in paniek verkoopt.
Hoe lang duurt het voordat de beurs zich herstelt van een daling?
Dat hangt af van de diepte. Bij dalingen van 10 tot 15 procent duurde het historisch een mediaan van 217 dagen tot de oude stand weer bereikt was, bij 20 tot 30 procent 705 dagen, en bij dalingen van 30 procent of meer bijna 1.600 dagen, ruim vier jaar.
