De lange rente op het hoogste punt sinds 2007
De lange rente staat op 5,3 procent, het hoogste niveau sinds 2007. Wat dat betekent voor je spaargeld, je obligaties en de beurs, simpel uitgelegd.

Jarenlang was sparen bijna zonde van de moeite. Je geld leverde vrijwel niets op, en beleggen leek voor veel mensen de enige uitweg. Dat beeld is aan het kantelen. De lange rente, de vergoeding op leningen die pas over jaren worden terugbetaald, liep deze maand op tot 5,34 procent. Dat klinkt technisch, maar het is misschien wel het belangrijkste cijfer voor iedereen met spaargeld of een beleggingsportefeuille. Het is het hoogste punt sinds 2007, nog voor de kredietcrisis.
Wat is de lange rente eigenlijk?
Overheden lenen geld door obligaties uit te geven, een soort schuldbekentenissen. De rente op een Amerikaanse staatslening met een looptijd van dertig jaar geldt wereldwijd als de belangrijkste lange rente. Die tikte op 18 augustus 5,34 procent aan, het hoogste niveau in negentien jaar.
Waarom stijgt hij zo hard? Drie redenen. De inflatie in de Verenigde Staten zit al vijf jaar boven het doel van de Federal Reserve. De Amerikaanse staatsschuld groeit hard en er komt een stroom nieuwe langlopende leningen op de markt. En, opvallend, techbedrijven geven op dit moment een enorme berg schuld uit om hun AI-datacenters te bouwen. Al dat lenen vist in dezelfde vijver. Stijgt de vraag naar geld, dan stijgt de prijs ervan, en dat is de rente.
Je ziet het effect meteen doorwerken: de gemiddelde Amerikaanse hypotheekrente voor dertig jaar vast staat inmiddels op 6,75 procent.
Wat betekent dit voor spaarders?
Voor spaarders is de ommekeer goed nieuws. Je krijgt eindelijk weer een echte vergoeding voor je geld. De hoogste vrij opneembare spaarrente in Nederland ligt rond de 3,1 procent.
Maar let goed op waar je zit, want daar zit het echte verhaal. De grote Nederlandse banken blijven ver achter. ING en ABN AMRO geven maximaal 1,25 procent, Rabobank 1,5 procent. Wie zijn spaargeld gemakshalve bij de huisbank laat staan, laat dus meer dan de helft van de mogelijke rente liggen.
Reken het eens uit. Op 25.000 euro scheelt 1,25 procent tegenover 3,1 procent ongeveer 460 euro per jaar. Voor één keer vergelijken en een formulier invullen.
En voor beleggers?
Voor beleggers is een hoge rente een tweesnijdend zwaard.
Aan de ene kant worden obligaties en spaargeld weer een serieus alternatief voor aandelen. Waarom zou je risico nemen op de beurs als je 3 tot 5 procent bijna zonder risico kunt krijgen? Die vraag zet een rem op aandelenkoersen, en het hardst op de dure groeiaandelen waar veel toekomst in de koers verrekend zit.
Dat komt doordat de rente de rekenmaat is waarmee toekomstige winst wordt teruggerekend naar vandaag. Hoe hoger die rente, hoe minder een winst van over tien jaar nu waard is. Bedrijven die hun geld vooral ver in de toekomst moeten verdienen, worden daar het hardst door geraakt.
Aan de andere kant wordt geduld weer beloond. Geld dat je aan de kant houdt levert eindelijk weer wat op terwijl je rustig wacht op een goed instapmoment. De tijd van gratis geld is voorbij, en dat verandert de spelregels voor iedereen.
De les
De rente is misschien wel het saaiste onderwerp van de beurs, en tegelijk het belangrijkste. Hij bepaalt de waarde van bijna alles: je hypotheek, je obligaties en ja, ook je aandelen. Blijft de rente structureel hoger, dan moet je je hele beeld van wat duur is en wat goedkoop bijstellen.
Daarom houden wij hem scherp in de gaten. Een verschuiving hier werkt overal doorheen. Cijfers in, ruis eruit.
Veelgestelde vragen
Waarom stijgt de lange rente terwijl centrale banken de rente juist willen verlagen?
Centrale banken sturen de korte rente aan. De lange rente wordt bepaald op de markt, door vraag en aanbod van langlopende leningen. Blijft de inflatie hoog en komt er veel nieuwe schuld bij, dan eisen beleggers een hogere vergoeding, ongeacht wat de centrale bank doet.
Is dit een goed moment om obligaties te kopen?
Een hogere rente betekent dat nieuwe obligaties meer opleveren dan de obligaties van een jaar geleden. Tegelijk daalt de koers van obligaties die je al hebt als de rente verder stijgt. De looptijd bepaalt hoe hard dat aankomt: hoe langer, hoe gevoeliger.
Waarom geven de grote Nederlandse banken zo weinig rente?
Zij hebben veel spaargeld en weinig reden om te concurreren, omdat de meeste klanten toch niet overstappen. Kleinere en buitenlandse banken moeten klanten juist binnenhalen en bieden daarom meer.
