Nieuws

Box 3 in 2026: waarom je rendement nu zwaarder telt dan ooit

De fiscus rekent met een rendement dat je misschien niet haalt. Dat klinkt oneerlijk, maar het pakt heel anders uit dan de meeste beleggers denken. Dit is hoe box 3 werkt en waarom je aanslag vaststaat voordat de beurs iets gedaan heeft.

Er is een getal waar bijna niemand het over heeft, terwijl het elk jaar geld van je rekening haalt.

Zes procent.

Dat is het rendement waar de Belastingdienst in 2026 van uitgaat op je beleggingen. Niet het rendement dat je werkelijk maakte. Het rendement dat de wet vermoedt dat je maakte.

En sinds deze week weten we dat die rekenregel voorlopig blijft. De coalitie heeft de grote hervorming van box 3 geparkeerd. Wat dat betekent voor je portefeuille, leggen we hieronder uit.

Hoe werkt box 3 precies?

Drie getallen bepalen je aanslag.

Het heffingsvrij vermogen. In 2026 is dat 59.357 euro per persoon. Heb je een fiscale partner, dan is het samen 118.714 euro. Over dat deel betaal je niets.

Het forfaitaire rendement. De fiscus gaat uit van een vast percentage per soort bezit. Op beleggingen is dat 6,00 procent. Op spaargeld voorlopig 1,28 procent. Op schulden mag je 2,70 procent aftrekken.

Het tarief. Dat is 36 procent.

De berekening gaat zo. Eerst berekent de fiscus je forfaitaire rendement over al je bezittingen. Dat deelt hij door je totale vermogen, en zo krijg je een rendementspercentage. Dat percentage wordt losgelaten op je grondslag, dus je vermogen min het heffingsvrij vermogen. En over die uitkomst betaal je 36 procent.

Wat betekent dat in geld?

Stel, je bent alleenstaand en hebt 250.000 euro belegd. Geen schulden, geen spaargeld.

Je grondslag is 250.000 min 59.357, dus 190.643 euro.

Daarover rekent de fiscus zes procent. Dat is 11.438 euro aan fictieve winst.

En daarover betaal je 36 procent. Je aanslag komt uit op 4.118 euro.

Let op wat hier gebeurt. Dat bedrag staat vast voordat de beurs ook maar iets gedaan heeft. Of je nu 2 procent of 20 procent haalt, je betaalt 4.118 euro.

Waarom je rendement daardoor zwaarder telt

Hier zit de kern, en het is de reden dat dit artikel bestaat.

Omdat je aanslag vaststaat, verandert elke extra euro rendement alleen de teller en niet de noemer. Hoe hoger je rendement, hoe lichter de belasting weegt.

Je rendementJe winstJe aanslagBelastingdruk op je winst
2%5.000 euro4.118 euro82%
4%10.000 euro4.118 euro41%
6%15.000 euro4.118 euro27%
8%20.000 euro4.118 euro21%
12%30.000 euro4.118 euro14%

Dezelfde belasting. Vijf heel verschillende uitkomsten.

Bij twee procent rendement gaat vier vijfde van je winst naar de fiscus. Bij twaalf procent nog geen zevende. En het verschil zit hem niet in de belastingregels, want die zijn identiek. Het verschil zit in wat je portefeuille doet.

En de winst die tijdens het jaar ontstaat?

Die telt dat jaar niet mee. De peildatum is 1 januari. Wat er op die ene dag op je rekening staat, bepaalt je hele aanslag over dat jaar.

Verdien je in de loop van het jaar 30.000 euro bij, dan verandert je aanslag over dat jaar niet. Pas op de volgende 1 januari telt je gegroeide vermogen mee.

Wat je daarna doet, telt dus pas volgend jaar. Wat je in december doet, telt nog wel mee. Dat maakt het verkoopmoment rond de jaarwisseling een fiscale beslissing en niet alleen een beleggingsbeslissing.

Wat als je rendement tegenvalt?

Dan hoef je niet af te rekenen over winst die er niet was.

Via de tegenbewijsregeling betaal je over je werkelijke rendement, als dat lager was dan het forfait. De Hoge Raad heeft die mogelijkheid afgedwongen.

Er zitten wel twee voorwaarden aan die de meeste mensen niet kennen.

Ten eerste vervalt bij tegenbewijs het heffingsvrij vermogen. Je rekent dan af over je hele vermogen, zonder die vrijstelling van 59.357 euro.

Ten tweede geldt het voor je complete box 3-vermogen. Je kunt niet je slecht gelopen aandelen apart nemen en je spaargeld buiten beschouwing laten. Het is alles of niets.

Daardoor pakt de tegenbewijsregeling voor spaarders vaak juist ongunstig uit, en voor beleggers in een mager jaar juist heel gunstig.

Bij 250.000 euro belegd vermogen ligt je omslagpunt rond de 4,6 procent. Haal je minder, dan is tegenbewijs voordeliger. Haal je meer, dan ben je met het forfait beter af, want over het meerdere betaal je niets.

Belangrijk: de Belastingdienst rekent dit niet voor je uit. Vanaf belastingjaar 2025 vul je het werkelijke rendement zelf in je aangifte in, en die gegevens staan niet voorgeprint.

Kun je box 3 ontlopen door te sparen?

Nee. En dat is een misverstand dat veel geld kost.

Spaargeld zit net zo goed in box 3, er geldt alleen een ander percentage.

Zet 250.000 euro op een spaarrekening tegen 2 procent rente. Je verdient 5.000 euro en betaalt 878 euro belasting. Je houdt 4.122 euro over.

Beleg datzelfde bedrag en haal 8 procent. Je verdient 20.000 euro en betaalt 4.118 euro. Je houdt 15.882 euro over.

De belegger betaalt 3.239 euro meer belasting. En houdt 11.761 euro meer over.

Wegblijven van de beurs verlaagt je belasting. Het verlaagt je vermogen nog veel harder. Wat het kost om aan de kant te blijven staan, rekenden we eerder voor in ons stuk over de beste beursdagen missen.

Hoelang blijft dit zo?

Waarschijnlijk nog jaren.

De Tweede Kamer nam op 12 februari de Wet werkelijk rendement aan. Vanaf 2028 zou je belasting gaan betalen over je echte rendement. In de Eerste Kamer liep het spaak, omdat je in dat voorstel ook afrekent over winst die nog in je aandelen zit. Winst die je dus nog niet in handen hebt. Op 30 juni hield de senaat de stemming aan.

Uit de uitgelekte Prinsjesdagstukken blijkt dat de coalitie er niet uitkomt en het wetsvoorstel parkeert. Men wil nu door naar een vermogenswinstbelasting, waarbij je pas afrekent als je verkoopt. Maar door de beperkte ict-capaciteit bij de Belastingdienst kan dat op zijn vroegst in 2032 ingaan.

Tot die tijd geldt de rekenregel van vandaag. In 2027 gaat het forfait op beleggingen wel omhoog, van 6,00 naar 6,37 procent. De lat komt dus hoger te liggen.

De les

Het stelsel straft beleggen niet af. Het straft stilzitten af.

Wie spaart betaalt weinig belasting en houdt weinig over. Wie rendement maakt betaalt meer belasting en houdt veel meer over. En wie boven het forfait uitkomt, houdt dat verschil volledig in eigen zak.

De vraag is dus niet hoeveel belasting je betaalt. Dat bedrag staat toch al vast.

De vraag is of je portefeuille die 6,37 procent haalt waar de fiscus vanaf volgend jaar mee rekent. En of je die niet zelf weggeeft door op het verkeerde moment in of uit te stappen, want daar ligt voor de meeste beleggers een groter gat dan de fiscus ooit slaat.

Cijfers in, ruis eruit.

Veelgestelde vragen

Geldt het heffingsvrij vermogen per persoon of per huishouden?

Per persoon. In 2026 is dat 59.357 euro, en met een fiscale partner samen 118.714 euro.

Tellen mijn schulden mee?

Ja. Schulden verlagen je grondslag, met een forfait van 2,70 procent en na aftrek van een drempel.

Wat als ik in de loop van het jaar geld opneem?

Dat verandert je aanslag over dat jaar niet. Alleen de stand op 1 januari telt.

Moet ik zelf iets doen voor de tegenbewijsregeling?

Ja. De Belastingdienst berekent je werkelijke rendement niet voor je. Vanaf belastingjaar 2025 vul je het zelf in je aangifte in.

Is dit fiscaal advies?

Nee. Wij zijn geen belastingadviseurs. De genoemde bedragen en percentages gelden voor 2026 en komen van de Belastingdienst. Overleg bij twijfel met je eigen adviseur.

Reacties